Duistere communicatiepraktijken – overheidscommunicatie

Duistere communicatiepraktijken – overheidscommunicatie

Geen nieuwsconsument kijkt er meer van op. Dit keer was het een kritisch onderzoeksrapport over hoe op het ministerie van Justitie en Veiligheid ambtenaren de onafhankelijkheid van het onderzoeksinstituut WODC beschadigd hebben.

De bevindingen van de onderzoeks-commissie zijn niet mals. Ambtenaren probeerden het wetenschappelijk onderzoek te beïnvloeden. Ruim een kwart(!) van de WODC-onderzoekers heeft de afgelopen twee jaar met zulke ongewenste beïnvloeding te maken gehad. Vooral bij politiek gevoelige onderwerpen. Het is een vast patroon. Pogingen zijn ondernomen om onderzoeksvragen en -methoden te veranderen en eindconclusies te manipuleren om ze aan te passen in een meer politiek gewenste richting.

Waar heb ik dat eerder gehoord? Elk parlementair-onderzoek van de laatste decennia levert vergelijkbare uitkomsten op. Selectieve omgang met informatie; kritische rapporten die in een bureaula verdwijnen; tunnelvisies, doofpotaffaires en de Tweede Kamer niet, onvoldoende of misleidend geïnformeerd. De kernvraag wordt echter opvallend genoeg nooit gesteld. Terwijl die vraag toch heel erg voor de hand ligt. Welke belang is hier in het geding? Waarom wordt er ‘druk’ uitgeoefend? En waarom juist bij politiek-publicitair gevoelige onderwerpen? Het antwoord op al deze vragen vinden we tussen de regels door in het rapport van vorige week: ‘het effect van de eerste klap in de publiciteit het belangrijkste is’. Het zijn, zo leert deze éne zin, vooral communicatiekrachten die verantwoordelijk zijn.

Vakgebied

Het wordt de hoogste tijd dat we het daar eens over gaan hebben. Over hoe een vakgebied; een professie, nee zelfs een heuse wetenschap zoveel maatschappelijke schade kan veroorzaken. Want het is ‘de communicatie’ die een zware verantwoordelijkheid draagt voor veel maatschappelijk ongemak en ontevredenheid, maar daar zelden tot nooit op wordt aangesproken. En daar is wel alle reden toe. Met een hoge urgentie! Wie de geschiedenis van de (overheids)-communicatie bestudeert, ziet halverwege de jaren negentig een majeure beleidswijzing. Met de introductie van marktwerking in tal van publieke sectoren werd op voorspraak van de RVD ook de ‘bedrijfsmatig’-communicatie aanpak – lees public-relations en marketingcommunicatie – binnen de overheidscommunicatie geïntroduceerd. Ministeries en ministers werden ineens ‘merken’, die ‘geladen’ moeten worden. Draaide het niet meer om de waarheid en het algemeen belang, maar om regie op een positieve beeldvorming, waarbij nagenoeg alles geoorloofd is. Inclusief het onder druk zetten van wetenschappelijke medewerkers.

Reputatie-communicatieprofessie

Als gevolg van deze beleidskeuze gingen bewindspersonen en ambtsdragers ineens ook heel anders ‘praten’. Als een soort van reclamezuil. Wijlen NRC-columnist Hofland, noemde het ‘gettotaal’. In de vorm van ‘kernboodschappen’, die ongeacht de vraag telkens weer herhaald worden, waarbij overdrijving, leugens en misleiding, net als in de reclamebranche, als vanzelfsprekend geoorloofd is. Wie kennis neemt van de bedroevend lage vertrouwenscijfers van het politiek-bestuurlijk establishment, die gretig en gulzig uit de voeder- en drinkbakken van de reputatie-communicatieprofessie gegeten en gedronken hebben, kan geen andere conclusie trekken dat deze communicatie-aanpak jammerlijk is mislukt. Net als de marktwerking zelf is mislukt, zoals het boek van Sander Heijne, ‘Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u’, bewijst, is de bijhorende communicatie aanpak ook een totale mislukking geworden. Met grote negatieve en gevaarlijke maatschappelijke gevolgen. Het is de hoogste tijd om ons bewust te worden, dat communiceren het scheppen van werkelijkheden is en vanuit dit gegeven de vraag te stellen in hoeverre wij het als samenleving het nog pikken dat het marketing- en reputatie-communicatievolk elke dag weer maatschappelijk en persoonlijke schade aanricht en consumenten commercieel ‘stalkt’, misleidt en bedriegt.

Parlementaironderzoek overheidscommunicatie’

Maar er is meer, veel meer waarom we ons over ‘de communicatie’, over ‘de taal’ zorgen moeten maken. Waarom een parlementaironderzoek naar ‘de overheidscommunicatie’ zo dringend gewenst is. Omdat taal een machtig wapen is. Juist omdat ze werkelijkheid-scheppend is. In de handen van reclame- en marketingcommunicatie-mensen, spindoctors, communicatiewetenschappers, voorlichters en ander communicatievolk is de taal verworden tot een machtig instrument van vervalsing, propaganda en bedrog. Volgens de Belgische auteur Jos de Jaeger zijn reclamemakers ‘professionele ongelukkig makers’, die bij grote delen van de samenleving een forse deuk in het collectieve vertrouwen hebben geslagen. Daar valt wellicht nog mee te leven, maar de maatschappelijke risico’s worden vele malen groter als politieke machthebbers, elites en ander ‘establishment-volk’ zich van dezelfde communicatiemethoden bedienen.

De vorige week vermoordde burgemeester van Gdansk wees in een interview in 2017 daarop: “When the language of the elites voilates the limits of decency, it causes more and more phycical voilence”. Hij werd er zelf het slachtoffer van. Benieuwd wat hij van recente populistische teksten van premier Rutte zou hebben gevonden, dat hij het liefs zelf op de vuist zou gaan. Waarschijnlijk halen ze bij de VVD daarover de schouders op. Daar zien ze communiceren als ‘oorlogsvoering’, waarbij nagenoeg alle middelen zijn geoorloofd. Dat is goed om te weten. Voor de VVD is het goed te weten, dat het overgrote deel van de samenleving meer heil ziet in een vredesoffensief in taal en communicatie, om zo van nieuwe onderzoeksrapporten verschoond te blijven

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *